Naar een intelligente & inclusieve exitstrategie

 

De coronacrisis is niet alleen een zorgopgave, maar ook een maatschappelijke en economische uitdaging. We kunnen een samenleving niet aansturen op basis van alleen de ic-capaciteit. Ook ‘het nieuwe normaal’ en de anderhalvemetersamenleving zijn in de praktijk maar zeer beperkt houdbaar. We moeten breder en dieper kijken. Het Break-out Team wil ideeën genereren voor een intelligente en inclusieve exitstrategie en mogelijke denkrichtingen verkennen voor de post-coronasamenleving en economie.

 

Veel is nog onbekend over COVID-19 en we leren nog elke dag over de aard, verspreiding en effecten van het virus. Het ontwikkelen van strategische interventies om verantwoord om te gaan met het virus is complexe materie, omgeven door tal van onzekerheden. Niet al deze onzekerheden kunnen worden gereduceerd en toch moeten we dagelijks naar eer en geweten beslissingen nemen.

 

Van medisch naar maatschappelijk perspectief

Omgaan met onzekerheden over COVID-19 kunnen we doen vanuit verschillende perspectieven. Eén perspectief is het medisch perspectief, waarbij de individuele gezondheid vooropstaat en we elk mensenleven willen redden. Dit was het dominante perspectief bij het ingaan van de intelligente lockdown. Het doel van deze puur medische strategie was de verspreiding van het coronavirus zoveel mogelijk te voorkomen om zoveel mogelijk levens te redden. De capaciteit van de intensive care was hierbij leidend. Deze medische strategie heeft veel levens gespaard en vele gezonde levensjaren gewonnen. Er is echter ook een schaduwzijde: door het uitstellen van reguliere zorg heeft deze strategie tegelijkertijd waarschijnlijk nog veel meer andere levens en gezonde levensjaren gekost. Ook de aankomende economische crisis als gevolg van de lockdown heeft negatieve consequenties voor de gezondheid. De afweging die wij moeten maken is die tussen de gezondheidswinst van de puur medische aanpak versus de gezondheidsschade van de uitgestelde reguliere zorg en de economische crisis. Daarbij moeten we voorkomen dat de schade van de aanpak groter wordt dan die van het virus zelf.

 

Tijd voor een bredere blik

Tot dusver was de medische aanpak nog te legitimeren, maar we zitten inmiddels in een andere fase van de coronacrisis. Deze nieuwe fase vraagt om een bredere, maatschappelijke strategie, waarbij niet de gezondheid van het individu, maar van de samenleving als geheel vooropstaat. Wij pleiten dus voor een breder, menselijk en maatschappelijk perspectief. Onze strategie is gericht op het indammen van het virus en het voorkomen van een tweede lockdown met als doel zo min mogelijk sociale, economische en psychologische schade aan te richten. Dat kan door mensen meer mentale en fysieke ruimte te geven en tegelijkertijd meer en beter te testen, traceren en isoleren. Het hogere risico van meer bewegingsruimte voor mensen kan dan worden gecompenseerd door een uitgekiende en verfijnde technologische meet- en traceeraanpak.

         

Break-out Team

Wij zijn een groep van onafhankelijke denkers en doeners en pleiten voor een bredere aanpak dan de louter medische, en willen er iets naast zetten, vanuit wat wél kan en mag. Vanuit een menselijk perspectief is er meer mogelijk door slimmer en creatiever te manoeuvreren dan tot nu toe gebeurt. We kijken vanuit vertrouwen in plaats van angst en vanuit hoop in plaats van pessimisme. En we denken vanuit mogelijkheden in plaats van beperkingen.

 

Huidige maatregelen te algemeen en beperkend

De huidige exitstrategie is te algemeen en te grofmazig, legt onnodige beperkingen op aan te grote groepen mensen en treft de kwetsbaarste groepen en sectoren het hardst. De coronacrisis werkt als een zeis: wat al kwetsbaar is, wordt nog kwetsbaarder. Wat we nodig hebben is een inclusieve strategie die de maatschappelijke ongelijkheid verkleint in plaats van vergroot. Met aandacht voor de mensen, groepen en sectoren die kwetsbaarder zijn dan anderen. Naast een inclusieve is ook een intelligente strategie nodig, die verfijnder en specifieker is dan de huidige aanpak. Een strategie die onderscheid maakt tussen groepen mensen, regio’s en sectoren om het zo eerlijk en rechtvaardig mogelijk te doen. Er is een groot verschil tussen Amsterdam en Groningen, tussen jongeren en ouderen en tussen kwetsbare en vitale mensen. De algemene gedragsregels kunnen in deze fase worden vervangen door specifieke gedragsregels, die rekening houden met regio, leeftijd, sector en binnen of buiten.

 

Laat angst niet regeren

Vanuit een menselijk perspectief is de anderhalvemetersamenleving als richtinggevend principe niet wenselijk noch vol te houden. Het idee van de 1.5meter samenleving is ook niet wetenschappelijk onderbouwd (niet evidence based). Niet alle activiteiten en mensen kunnen langs de ‘anderhalvemeterlat’ worden gelegd; dat is te grofmazig en te beperkend. Mensen zijn sociale wezens en willen contact met elkaar hebben. Als dat intieme, intermenselijke contact te lang wordt beperkt is de psychische schade die dat veroorzaakt groter dan de gezondheidswinst van een anderhalvemetermaatregel. Uiteraard blijft het voorzorgsprincipe om enige afstand te houden en drukte te vermijden. Voorzichtigheid blijft geboden, maar niet meer voor iedereen op dezelfde wijze. Voorzichtig zijn is iets anders dan bang zijn. Angst is altijd een slechte raadgever. We kunnen vertrouwen op hoogwaardige medische test- en traceertechnologie en goede hygiëne, zoals handen wassen in winkels en restaurants en het screenen van mensen die via Schiphol het land binnenkomen en uitgaan.

 

Eigen verantwoordelijkheid

In deze fase van de coronacrisis is er behoefte aan een bredere aanpak vanuit een menselijk en maatschappelijk gezichtspunt. Al te star vasthouden aan een smalle, medische aanpak kan leiden tot grote maatschappelijke onrust. We zijn tot nu toe aangestuurd door het kabinet en een kleine groep medici die ons vertelt wat we wel en niet mogen doen. Dat krijgt inmiddels autocratische trekjes en kan niet te lang duren, want dan breekt er een revolte uit.

 

Dat stelt ook andere eisen aan de communicatie. In deze fase van de crisis past het niet meer om burgers belerend en betuttelend toe te spreken. Mensen willen serieus genomen worden en kunnen aangesproken worden op hun eigen verantwoordelijkheid, vanuit een zeker vertrouwen. Tot nu toe heeft het overgrote deel van de Nederlandse bevolking dit vertrouwen niet beschaamd. Wij stellen voor de dialoog te zoeken met uiteenlopende doelgroepen  van de Nederlandse samenleving, ook juist met de kwetsbare groepen.

 

Vanuit deze bredere blik en filosofie zijn wij tot de volgende bouwstenen gekomen voor een intelligente en inclusieve exitstrategie:

‚Äč

1. De anderhalvemetersamenleving is niet normaal

De anderhalvemetermaatschappij is niet normaal en zal dat ook nooit worden. Het is hooguit een tijdelijk normaal. Het is een tegennatuurlijke situatie. Mensen houden er niet van en zullen zich er na verloop van tijd ook niet meer aan houden. Laten we dus nu niet meer spreken over ‘het nieuwe normaal’, maar over een ’tijdelijke aanpassing’. Halsstarrig vasthouden aan de anderhalvemetersamenleving zal leiden tot toenemend verzet. De wereld zal geleidelijk weer opengaan en dan zal de anderhalvemetersamenleving wegvloeien. Een écht nieuw normaal ontstaat wanneer we de lessen en inzichten uit deze crisis meenemen in ons leven, werk en onze samenleving. De noodwet die de anderhalvemetersamenleving verplicht stelt is onnodig en onzinnig. Dit is een onnodig grote beperking van het recht op bewegingsvrijheid, privéleven en vrijheid van samenkomst.

 

Ga ook niet te stringent om met anderhalve meter voor buitenactiviteiten. Het COVID-19-virus blijkt in de buitenlucht nauwelijks te worden overgedragen. Veruit de meeste besmettingen vinden binnenshuis en in het openbaar vervoer plaats, zo blijkt uit onderzoek. In de buitenlucht kan daarom een soepeler beleid worden gevoerd en hoeven maatregelen minder streng te zijn dan binnen. In parken, natuurgebieden en op straat, bij buitensporten, wandelen, recreëren en op terrassen hoeft de anderhalvemetermaatregel niet strikt gehandhaafd te worden. Handhaving en toezicht blijven nodig om grote drukte te vermijden. Maar niet te strikt, vertrouw erop dat mensen zelf, in hun eigen specifieke situatie, de juiste keuzes kunnen maken om zo veilig mogelijk te sporten, bewegen of recreëren.

 

2. Geef meer ruimte voor eigen verantwoordelijkheid en lever maatwerk

Wij stellen voor om mensen meer ruimte te geven voor eigen verantwoordelijkheid en tegelijkertijd technologisch maatwerk te bieden. Uiteraard blijft het adagium om voorzichtig te zijn, afstand te houden en drukke plekken te mijden. Maar niet meer ‘blijf en werk zoveel mogelijk thuis’ voor iedereen. Laat dat alleen gelden voor kwetsbare of zieke mensen. Mensen moeten de ruimte krijgen om zelf te bepalen of ze vanuit huis werken of niet. Wel willen we onnodig reizen voorkomen in verband met filevorming en schadelijke effecten op het milieu. Meer bewegingsruimte betekent meer besmettingsrisico voor mensen. Om een tweede golf te voorkomen is het tijdig detecteren van besmette mensen dan ook van essentieel belang. Dat kan door het combineren van de volgende technologieën: maximaal testen op zo groot mogelijke schaal, maximaal screenen (temperatuur meten) in binnenruimtes en al het inkomende verkeer (Schiphol, grenzen), maximaal controleren op ventilatoren in binnenruimtes, sociale-netwerkanalyse (in kaart brengen en meten van relaties en stromen tussen mensen) en eventueel immuniteitstesten bij toegang tot grotere evenementen. Uiteraard dient hierbij de privacy van mensen gerespecteerd en gegarandeerd te worden.

 

3. Faciliteer jongeren in hun bewegingsvrijheid en ontwikkeling

Jongeren moeten zich veel opofferingen getroosten en voelen zich bij tijd en wijle eenzaam. Daar is (te) weinig aandacht voor. Geef jongeren daarom voorrang in stadions bij voetbalwedstrijden en in uitgaansgelegenheden, zoals danceclubs en evenementen. Dat is in feite leeftijdsdiscriminatie, maar dat is legitiem vanuit het maatschappelijk belang dat hiermee is gediend om jongeren meer ruimte en perspectief te bieden.

 

Garandeer ook de toegang tot het onderwijs voor jongeren. Onderwijsinstellingen zijn voorzichtig met heropenen, met name het middelbaar en hoger onderwijs. Het hoger onderwijs verwacht dat komend studiejaar maar een beperkt deel van het onderwijsaanbod fysiek kan worden gegeven. Volledige toegang tot fysiek en online onderwijs is echter van vitaal belang voor studenten. Zij moeten daarin kunnen kiezen. Uiteraard brengt dit een zeker risico met zich mee, maar het risico van het niet volledig heropenen van onderwijsinstellingen is voor de ontwikkeling van jongeren nog veel groter.

 

4. Faciliteer ouderen en mensen met een beperking in hun intermenselijk contact

Oudere mensen en mensen met een geestelijke en/of lichamelijke beperking in verpleeghuizen hebben grote behoefte aan intermenselijk contact, zeker in hun laatste levensfase. Sta bezoek toe van één bekend persoon per dag en onder strikte voorzorgsmaatregelen, of laat mensen buiten afspreken. Leer van ziekenhuizen hoe zij mensen hebben beschermd. Laat de exacte uitvoering over aan het verpleeghuis zelf, door overleg tussen verpleegkundigen, directie, familie en bewoners.

Voor kwetsbare ouderen is het van vitaal belang dat ze in beweging blijven. De huidige bewegingsruimte is voor hen te beperkt. Ze bewegen te weinig, waardoor hun conditie achteruitgaat en ze nog kwetsbaarder worden. Motiveer ouderen meer te bewegen. Laat ze naar buiten gaan en in beweging blijven.

 

5. Investeer in groepsweerbaarheid in plaats van groepsimmuniteit

Mensen gezonder maken is misschien wel het beste medicijn tegen het coronavirus. Voldoende bewegen, gezond eten en mentale balans zijn belangrijke elementen voor weerbaarheid. Wat we nu doen met mensen, en kwetsbare ouderen in het bijzonder, is het omgekeerde: we maken ze nog kwetsbaarder doordat ze niet kunnen bewegen, niet naar buiten mogen en vereenzamen door gebrek aan contact met naaste familieleden en vrienden. De focus zou dus veel meer op preventie moeten liggen.

 

Sporten en bewegen is voor mensen van vitaal belang. Het besmettingsrisico bij sporten met kortstondige contactmomenten is niet groot, zo blijkt uit onderzoek. Buitensporten in competitieverband (zoals voetbal en hockey) kan dus weer worden toegestaan. Dit kan vanaf augustus al plaatsvinden, uiteraard onder bepaalde voorwaarden.

 

6. Investeer in vitale maar kwetsbare sectoren: cultuur, zorg en onderwijs

Wij roepen op om substantieel te investeren in sectoren die van vitaal belang zijn voor onze samenleving, met name kunst & cultuur, zorg en onderwijs. Door decennialange bezuinigingen op deze vitale sectoren zijn ze extra kwetsbaar in tijden van crisis.

 

Kunst & cultuur

De culturele sector wordt onevenredig hard getroffen. Waarschijnlijk zijn voorstellingen en evenementen met grote groepen mensen voor langere tijd onmogelijk. Dat kan de nekslag vormen als structurele steun achterwege blijft. De culturele sector is voor Nederland economisch belangrijk, draagt ca. 4% bij aan het BBP en is goed voor ruim 4,5% van de werkgelegenheid, twee keer zoveel als bijvoorbeeld de agrarische sector. Maar naast de financiële en economische waarde, is de geestelijke waarde van kunst en cultuur nog veel groter. Kunst, cultuur, muziek, theater en poëzie zijn onontbeerlijk voor onze gezamenlijke mentale veerkracht. Meer dan welke andere sector kan de culturele sector troost en hoop bieden in tijden van grote veranderingen, door de tijdsgeest te duiden en een perspectief te schetsen vanuit verbeeldingskracht, als seismografen van de tijd. De culturele sector krijgt nu € 300 miljoen staatssteun. KLM krijgt het tienvoudige en de bloemen- en agrarische sector krijgen tweemaal zoveel. Deze verhoudingen zijn scheef en doen geen recht aan de enorme emotionele impact die de sector op mensen heeft in deze onzekere tijden. Mentale, emotionele fitheid is net zo belangrijk als fysieke fitheid. Meer steun is nodig, niet alleen voor grote instellingen en gezelschappen, maar juist ook voor kleine vormen en creatieve makers en kunstenaars, die een unieke artistieke humuslaag vormen die over ons land ligt. Fiscale en financiële maatregelen zijn nodig, maar ook creatieve maatregelen om toch weer snel voorstellingen te laten plaatsvinden. Geef de sector de ruimte om zelf met creatieve ideeën te komen hoe ze uit deze benarde periode kunnen geraken.

 

Onderwijs

De coronacrisis legt pijnlijk bloot dat het onderwijs is verworden tot een ratrace. Juist nu komen professionals tot de essentie. De ongekende experimentele ruimte doet een beroep op hun expertise en vakmanschap. Er is weer tijd voor datgene wat belangrijk is in de ontwikkeling en vorming van kinderen en jongeren. En als we tot die essentie komen, leidt dat onherroepelijk tot het maken van andere keuzes in de manier waarop we het onderwijs inrichten. Het betekent dat er ruimte ontstaat om ontwikkelingsgericht te werken. Het belang van de school en het onderwijs voor sociale cohesie, gemeenschapszin en de persoonsvorming blijken eens te meer. De coronacrisis heeft voor een enorme innovatieversnelling gezorgd in het onderwijs; met name de digitalisering is in versneld tempo doorgevoerd. Tegelijkertijd werd duidelijk dat online onderwijs een wezenlijk ander ontwerp vraagt; het kan geen kopie zijn van het offline onderwijs. Op basis van de opgedane crisiservaringen kan het onderwijs nu zelf aantonen dat het daadwerkelijk anders kan.

 

Zorg

Het wreekt zich nu dat we decennialang op de zorg hebben bezuinigd, we het zorgpersoneel onvoldoende belonen en waarderen en we voor medisch zorgmateriaal te afhankelijk zijn geworden van landen als China en India. We sturen op efficiëntie, waardoor we onvoldoende buffercapaciteit hebben opgebouwd. Ons zorgsysteem piept en kraakt en verricht een klein wonder, maar was qua capaciteit en draagkracht niet goed voorbereid op deze crisis. Ook werd duidelijk dat de curatieve zorg nog steeds heel dominant is, waardoor vrijwel alle aandacht uitging naar de ziekenhuiszorg. Voor de langdurige zorg, zoals de verpleegzorg, was veel minder aandacht, terwijl daar veel slachtoffers zijn gevallen. Laten we deze crisis aangrijpen om de transitie in de curatieve zorg te versnellen, zodat een betere balans tussen ‘cure’ en ‘care’ ontstaat en de zorg op een andere, regionale en lokale schaal geschoeid kan worden. En laten we tegelijk de goede zorgervaringen in deze crisis behouden, zoals de versnelde digitalisering (digitale doktersservice, beeldbellen), de intensieve samenwerking binnen de zorg over domeingrenzen heen, het soepeler omgaan met de regels, snellere besluitvorming en flexibeler werken. Ineens kon wat heel lang niet leek te kunnen. Laten we dat vasthouden in de post-coronazorg.

 

7. Gebruik de creativiteit van de onderstroom in de samenleving

Tot dusver pakken we de coronacrisis top-down aan, vanuit een ‘commandostructuur’ en een te smalle blik. Een echte dialoog met de samenleving ontbreekt en in deze fase, waarin de urgentie afneemt, is juist die dialoog hard nodig. In de onderstroom bruist het van de bruikbare ideeën om slim en innovatief uit de crisis te komen. We kunnen en moeten daar als samenleving veel meer gebruik van maken. De onderstroom is nog kwetsbaar en dient te worden versterkt, juist in een tijd waarin de samenleving heeft laten zien dat er veel samenredzaamheid en veerkracht aanwezig is, en waarin tal van bottom-up-initiatieven zijn ontstaan. Er is sprake van bloeiend en groeiend sociaal ondernemerschap. Of het nu gaat om voedselbanken, straatfeesten, begrafenissen, bezoek aan verpleeghuizen, initiatieven tegen eenzaamheid, mondkapjes, etc. Gebruik deze proactieve houding van mensen als kracht en beschouw deze beweging van onderop als een gelijkwaardige partner.

 

Laten we op grotere schaal gaan experimenteren met nieuwe vormen van democratische besluitvorming om de actieve betrokkenheid van mensen te stimuleren. Er zijn verschillende vormen waarmee nu al op kleine, lokale schaal wordt geëxperimenteerd, met formele zeggenschap voor de betrokken burgers en de overheid die zich verplicht aan de uitkomst. Hier ligt ook een belangrijke faciliterende taak voor de overheid: zij kan het mogelijk maken dat betrokkenen samen kunnen besluiten over passende oplossingen voor de eigen situatie.

 

8. Werk niet vanuit controle maar vanuit vertrouwen

Accepteer dat we niet de volledige controle hebben, en accepteer de onzekerheden. Er zullen steeds nieuwe besmettingen bij komen en mensen overlijden. Dat is een onderdeel van het leven. Mensen worden ziek en gaan dood. Werk vanuit vertrouwen; het overgrote deel van de mensen heeft tot dusver gevolg gegeven aan de opgelegde maatregelen. Focus op het zelfsturende en zelforganiserende vermogen van de samenleving. Dat maakt het mogelijk om ons sneller aan te passen aan schokken zoals een pandemie.

Investeer in maatwerk en ontwikkel samen met betrokkenen bedrijfs- en sectorspecifieke oplossingen. Maatwerk helpt mensen om beter te leren omgaan met de risico’s voor hun bedrijf of sector. Investeer in technologie die de privacy van mensen niet in gevaar brengt. Het gaat niet zozeer om het gevaar dat anderen gebruik maken van jouw persoonlijke data, maar om volledige transparantie over wie om welke redenen jouw data mag inzien of gebruiken. Mensen moeten daar expliciete toestemming voor geven. Zo bouw je aan vertrouwen.   

 

9. Zorg dat de rekening niet bij de sociaal kwetsbaren komt te liggen

De rekening komt nu en straks vooral te liggen bij de kwetsbare groepen in de samenleving, zoals ouderen, mensen met een beperking en in financieel opzicht kwetsbare mensen. De kloof tussen arm en rijk zal de komende jaren groter en zichtbaarder worden. Dat vraagt om solidariteit en saamhorigheid. De rekening (de materiële en immateriële) moet bij zo min mogelijk mensen komen te liggen en door zoveel mogelijk schouders worden gedragen.

Betrek ook kwetsbare mensen en jongeren bij het meedenken over specifieke oplossingen voor hen, zodat ze meer bewegingsruimte en perspectief krijgen. Nederland telt zo’n 2 miljoen mensen met een beperking, een enorm diverse groep. Niet alle mensen met een beperking zijn kwetsbaar. De helft heeft een verzwakt immuunsysteem en een verhoogde kans om besmet te raken met het coronavirus. Die groep moeten we beschermen. Maar de andere helft, met name jonge mensen met een beperking, zou net als de rest van de jongeren meer bewegingsvrijheid moeten krijgen.

 

10. Haal angst weg door evenwichtig te communiceren

Voorzichtig zijn is wat anders dan bang zijn. Het accent ligt nu vrijwel altijd op het negatieve nieuws, wat de angst verder aanwakkert. Zo worden we dagelijks met actuele dodenaantallen geconfronteerd. Stel je voor dat we dat ook buiten coronatijden zouden doen... Op een gemiddelde dag overlijden er ruim 400 mensen in Nederland. Uiteraard hebben we oog voor het enorme persoonlijke leed dat mensen door het coronavirus is aangedaan. Feit blijft dat het overgrote deel van de coronadoden oudere mensen met onderliggende aandoeningen (overgewicht, hart- en vaatziekten, luchtwegproblemen, kanker) zijn. Gezonde mensen en jongeren zijn ook getroffen, maar dit zijn uitzonderingen. Waarom dan die overmatige aandacht voor negatieve tendensen, terwijl er in deze fase voldoende redenen zijn voor positief nieuws? Bijvoorbeeld door aan te geven hoeveel mensen weer herstellen van het virus. Zelfs van de 80-plussers herstelt meer dan de helft van de mensen die met het virus besmet raken, alleen horen we dat niet. Meer aandacht voor positieve ontwikkelingen, tendensen en cijfers is een belangrijke voorwaarde om gezamenlijk met meer vertrouwen uit deze crisis te komen.

 

11. Grijp deze tijd aan voor échte veranderingen

Het oude normaal was niet optimaal en bevatte veel systeemfouten. Symptomen van die systeemfouten zijn groeiende sociaaleconomische ongelijkheid, machtsconcentraties van grootbedrijven, verlies aan biodiversiteit, klimaatverandering, verstoorde voedselketens, onderbezetting en -waardering in de zorg, lerarentekorten in het onderwijs, structurele, groeiende files en te weinig diversiteit en inclusie in de samenleving. Dit zijn symptomen van hardnekkige problemen die vragen om transformaties: vanuit een ander paradigma en ander organisatiemodel kijken en handelen. Deze crisis heeft de toekomst dichterbij gehaald: in een paar maanden kon ineens wat in nog geen tien jaar voor mogelijk werd gehouden. We kunnen deze crisis dus ook zien als dé periode voor transformatie. Laten we deze buitengewone tijd benutten om tot wezenlijke innovaties en structurele verbeteringen te komen. Dus niet wachten tot alles weer tot rust is gekomen, om dan pas deze wezenlijke vraagstukken weer op te pakken. Juist nu is de tijd aangebroken om scherpe keuzes te maken, spannende dialogen te voeren en moedige besluiten te nemen voor de toekomst. Dat vraagt om lef en leiderschap.

© 2020 Het Break-out Team is een initiatief vanuit zorgeloos.